De preventieparadox: motiverend en demotiverend tegelijk
Onlangs las ik deze schitterende en vooral heel herkenbare tekst van filosoof Maarten Boudry i.v.m. de preventieparadox. Ik noteerde als commentaar onder de link op LinkedIn: “The story of our life” (Als preventiedeskundige).
Je moet als preventieadviseur enige frustratie kunnen verdragen en die wordt deels veroorzaakt door de preventieparadox.
Als je je job namelijk goed doet, zullen er op termijn minder arbeidsongevallen gebeuren en zullen er minder mensen ziek worden van hun werk, maar gaan mensen zich tegelijk afvragen wat nu eigenlijk jouw functie is.
Ah ja, “want er gebeurt hier toch niet veel als het gaat over ongevallen of ziekte?”.
Demotiverend? Soms wel.
Net als die keer dat ik van een financieel manager de vraag kreeg om de aankoop van (duurdere) ergonomische bureaustoelen cijfermatig te onderbouwen.
Kon ik wel aantonen dat deze aankoop zou leiden tot minder musculoskeletale klachten en bijbehorende uitval?
Er werd ook gevraagd of ik daar a.u.b. de komende jaren cijfers over zou bijhouden die onomstotelijk aantoonden hoeveel euro’s er bespaard zouden worden op deze manier.
Haalbaar? Natuurlijk niet.
We mogen als werkgever of preventieadviseur ten eerste al niet weten waarom iemand afwezig is wegens “ziekte” – tenzij de werknemer dit vrijwillig meedeelt en dan nog…
Bijgevolg valt er ook geen correcte berekening te maken. Er zijn nog veel andere problemen met deze berekening die ik hier buiten beschouwing laat.
Om nog maar te zwijgen over de menselijke ellende die meestal abstract wordt gelaten in dit soort misplaatste kosten-batenanalyses.
Ook zonder al deze onmogelijke berekeningen vond ik de aankoop de juiste keuze.
Ik voelde aan mijn water dat door het aankopen van deze stoelen, er over de jaren heen zeker wel enig effect zou zijn – uiteraard gepaard gaand met de juiste instructies en begeleiding.
Dat is mijn motivatie en daar vind ik mijn voldoening: dat we wel degelijk een verschil kunnen maken hoewel we het “verschil” paradoxaal genoeg nooit exact kunnen kennen.
We kunnen het ons alleen inbeelden.
Uiteraard op een zo onderbouwd mogelijke wijze 😉. Een wetenschappelijk onderbouwde rêverie, nog zo’n paradox.
LAATSTE BLOGS IN DIT TOPIC
Q: Om een indienststelling goed te keuren, is dit toch geen advies.. maar een beslissing? Als PA zegt dat de machine niet gebruikt mag worden, mag productie dan toch werken met het machine?
A: Een indienststelling(sverslag) door de PA is feitelijk een risicoanalyse van het arbeidsmiddel in de omgeving waar het gebruikt zal worden, waaruit onvermijdelijk een advies volgt: b.v. “mag in gebruik worden genomen” of “mag in gebruik worden genomen mits…”
Als je in de fase van bestelling als preventieadviseur nog bijkomende vragen stelt, ben jij diegene die de aankoop zal vertragen. Betrokkenheid van de preventieadviseur tijdens de denkfase over aankoop is daarom beter. Klopt dat?
Inderdaad. Gezien het op het moment van de bestelling het “denkproces” feitelijk al rond moet zijn, zou de inbreng van de PA op dat moment vertragend kunnen zijn. De PA al betrekken in het denkproces vooraf is dus beter.
Wat zijn de best practices om de risicoanalyse die in theorie door de werkgever dient opgesteld te worden, los te koppelen van de preventiedienst naar de hiërarchische lijn, zodat het leeft op de werkvloer?
Wat we zien gebeuren is dat preventiediensten deze loskoppeling trachten te bereiken door in te praten op werkgever en leidinggevenden met de mededeling dat het hun verantwoordelijkheid is om de risicoanalyse uit te voeren, en dat de preventiedienst enkel advies zou moeten geven.
Stel je deze situatie voor: een kantoorgebouw. Een typische grote ruimte met tientallen werkplekken – ook wel “plateau” genoemd. De ramen kunnen niet open.
Eén thermostaat om de temperatuur wat te beïnvloeden. De thermostaat bepaalt of er extra koeling of verwarming komt t.o.v. de standaardtemperatuur van de lucht die de HVAC-installatie in de ruimte blaast. (Ecologisch of economisch verantwoord? Nop.)
(op 28/01/2019 verschenen als Preventiekronkel)
Bedrijf: "Hallo, externe dienst PBW? Er is hier een ongeval gebeurd, en onze preventieadviseur is met vakantie. Volgens de software die we voor de aangifte gebruikten, gaat het om een ernstig arbeidsongeval*. Kunnen jullie ons bijstaan voor het omstandig verslag?"
EDPB: "Om wat voor ongeval ging het?"
Bedrijf: "Een brandwonde, en de betrokkene zal een week thuisblijven"
EDPB: "Bwah, voor brandwonden hoeft een omstandig verslag niet echt, hoor"
De essentie?
Het jaarverslag van de Interne Dienst PBW, dat je klassiek voor 1 april aan de FOD WASO moest bezorgen, hoeft voortaan niet meer opgestuurd te worden. Je moet het enkel ter beschikking van de inspectie houden. Je moet het dus wel nog opmaken
(op 26/02/2018 verschenen als Preventiekronkel)
Boek een online sessie met Stijn Indenhoek en ontdek wat je nog allemaal over preventie kunt leren.